Vermoeidheid: beleving of feit?

Vandaag kwam ik weer omschrijving van vermoeidheid als beleving en gevolg van inactiviteit tegen. Een gevolg van ‘niet helpende gedachten’. Een onbewust patroon dat zichzelf in stand houdt. Ik word daar zo moe van šŸ˜‰

Zeggen ze dat ook tegen iemand met een gebroken enkel die zegt niet te kunnen lopen? “Dat is niet helpende gedachte. U denkt dat u niet kan lopen en daarom kan u ook niet lopen.” Natuurlijk niet.

Denken dat je niet kunt lopen met een gebroken enkel is een reĆ«le gedachte. Een verstandige constatering die je voor nog grotere ellende behoedt. Zolang er gips omheen zit, zul je op zoek moeten naar ‘andere mobiliteit’ dan lopen.

Energiebeperkingen als realiteit

In mijn boek ‘Energiek leven’ beschouw ik energiebeperkingen als net zulke reĆ«le beperkingen als de mobiliteitsbeperking van een gebroken enkel. Of een geamputeerde voet, want soms is de beperking definitief.

Wat heb je daar nu aan? De aanhangers van ‘vermoeidheid is een beleving’ zullen zeggen dat ik mezelf hiermee vast denk. Het omgekeerde is waar. Ik denk mezelf vrij.

Door de beperking als reƫel te aanvaarden, verspil ik geen energie aan strijd en aan zaken die ik toch niet kan. Bovendien scheelt het me veel frustratie, en frustratie kost ook energie. Energie die ik nu voor iets anders in kan zetten.

Dat is de quick win. Maar de echte winst zit in het onderscheid tussen middel en doel. Energie is geen doel, maar een middel. Lopen is ook geen doel, maar een middel om van A naar B te komen.

Energie als middel

Als je een ‘mobiliteitsbeperking’ hebt, bijvoorbeeld door die gebroken enkel, dan kun je niet van A naar B lopen. Maar er zijn meer manieren die van A naar B leiden. Krukken, rolstoel, taxi, scootmobiel, … Kies je een ander vervoermiddel dan bereik je toch je doel.

Als energie een middel is, voor welk doel wil je het inzetten? En op welke manieren kun je dat doel nog meer bereiken? Die vraag geeft mij ruimte om mijn doelen te bereiken. Met energiebeperkingen!